| About Us   | Activiteiten   | Contact | 
25 jaar BVKB

Verslag

Met de BVKB vlag op de hoogste toppen van de Pyreneeën

Monte PerdidoDe Pyreneeën vormen de Frans-Spaanse grens. In vogelvlucht is het van de Atlantische kust tot de stranden van de Middellandse zee ongeveer 430 km. Wil je echter te voet stappen via HRP (Haute Randonnée Pyrénéenne), dan heb je een slordige 800 km of minstens 45 stapdagen nodig. In tegenstelling tot de Alpen is het aantal berghutten zeer beperkt en vaak volzet, reserveren is noodzakelijk en een tentje en proviand onontbeerlijk. Wij kiezen dan ook hoofdzakelijk voor daguitstappen en enkele kortere tochten. Voor onze eerste kennismaking met de Pyreneeën kiezen wij voor de Aragonese Pyreneeën met de drie hoogste massieven van de gehele bergketen. Veel van onze inspiratie voor de tochten komt uit "The Rough Guide" en uit de vierdelige serie wandelgidsen van "Ton Joosten" met beschrijvingen van 200 mogelijke tochten. Een goede wandelkaart en kompas zijn steeds onontbeerlijk en zelfs dan is, buiten de relatief goed gemarkeerde GR paden, elke tocht een avontuur op zich.
Torla wordt onze uitvalsbasis voor een verkenning van het "Parque Nacional de Ordesa y Monte Perdido".Camping Rio Ara, net onder het oude stadje blijkt een zeer goede keuze te zijn. Als kennismaking gaat onze eerste wandeling over de faja Canarella en de faja Racon. Deze wandeling brengt ons naar de indrukwekkende keteldalen circo Carriata en circo de Cotatuero en geeft steeds een wisselend zicht op de canyon van de Ordesa met duizelingwekkende afgronden en de veelkleurige prachtig gevormde rotswanden. Ook een mooie wandeling is de tocht rond de pico de Ordiso. Vertrekkende vanuit puente de Bujaruelo is dit een rondwandeling door de vallei van de rio Ara, rio de Ordiso om terug te keren via de rio de Otal. Hoogtepunt wordt uiteraard de beklimming van de Monte Perdido. Van Torla op 1.030 m naar de top op 3.355 m is uiteraard niet op 1 dag te stappen, dus plannen wij een tussenstop bij de Refugio de Goriz. Het eerste deel van de tocht volgt de klassieke rondwandeling door de valle de Ordesa. We lopen langs de rio Arazas, die de canyon doorsnijdt, en laten ons imponeren door de watervallen van Cueva en Estrecho tot de circo de Soaso met de cascada de Cola de Caballo (paardenstaartwaterval). De dagjesstappers keren hier terug, voor ons begint de echte klim. Deels via met kabels gezekerde passages klimmen we naar de op 2.160 m gelegen Refugio de Goriz. De hut is, zoals te verwachten, "uitverkocht". De trekkerstentjes rijzen als paddestoelen uit de grond en ook wij zoeken een rustig plaatsje voor ons bivak. Van "den Toine", een landgenoot klimburger, horen we wel dat we ons dit niet moeten beklagen want het lager in de hut is bloedheet en rumoerig. Bij het ochtendkrieken en na een stevig ontbijt vertrekken wij richting Monte Perdido. Via een met steenmannen gemarkeerd pad klimmen we redelijk stevig en banen wij ons door een desolaat landschap een weg tussen de Cilindro en de Monte Perdido tot de lago Helado de Marboré, een klein meertje op 2.980 meter. De volgende 300 hoogtemeters gaan langs een steile brede couloir vol losliggende stenen en puin. Het lijkt wel Echternacht, 2 stappen omhoog en 1 terug omlaag. Een laatste korte klim door een sneeuwveld brengt ons boven op de top om er te genieten van het uitzicht op de valle de Pineta met het groenblauwe lage de Pineta en de diepe kloven van de canyons van Ordesa en Anilsco. In de terugtocht genieten we aan de lago Helado de Marboré van het heerlijke zonnetje en onze picknick. Terug aan de Goriz voeren wij het gewicht van onze rugzakken terug op met de achtergelaten tent, slaapzakken, eten en kookgerei om de rest van afdaling onszelf af te vragen waarom we verdomd toch geen vakantie gekozen hebben aan een of andere Spaanse costa. De faja de Pelay laten we links liggen, genoeg hoogtemeters voor vandaag. Terug in Torla trakteren we ons op een van de spotgoedkope, maar heerlijke 4 gangenmenu's, vino, aqua, pan en postre inc.. en dat voor een goede 10 €. Morgen is de rustdag.
Pico PosetsTijd om een tweede stukje van de Pyreneeën te verkennen.
Onze nieuwe uitvalsbasis wordt Benasque. Waar Torla zijn charme van een bergdorpje nog grotendeels behouden heeft is Benasque volledig verknoeid door het (winter) toerisme. De Galleria Barrabés, een winkel van 4 etages met uitsluitend outdoor materiaal is een bezoekje waard. Vooral de gigantische uitstalling van alle karabieners, klemblokjes, frentzen, en alle mogelijke en onmogelijke hulpmiddelen voor de rotsklimmer is indrukwekkend. Voor onze eerste wandeling naar de ibon de Barbarisa was de autorit naar het vertrek avontuurlijker dan de wandeling zelf. Na een tocht over een 11 km onverharde weg hebben we de auto op een kilometer of twee voor de cabana de Barbarisa dan toch maar aan de kant gezet omdat Bernadette zweerde dat een van de achterwielen zeker een volle meter boven de grond zweefde. In de reeks "verborgen bergmeertjes" kiezen we voor een tocht naar de lagos de Juncos. Dit schijnt een verzameling bergmeertjes te zijn, hoog in een zijdal van de valle de Eriste. Het was en zeer gevarieerde wandeling langs de Aigeta de la Vall door een smalle vallei, tussen de naaldbossen en over het wijdse plateau, pleta de la Vall, grotendeels over niet gemarkeerde paden, en ook over niet bestaande paden. En de bergmeertjes? ….. die waren goed verborgen. Benasque is gelegen in het Posets - Maladetta massief. De beklimming van de Pico Posets (3.375 m) is dan ook een must. De Posets wordt ook wel Llardana genoemd. Vrij vertaald is dit "verschroeide aarde" en geeft een perfecte beschrijving van het ruige terrein.
Dag 1 stappen we naar de refugio Angel Orus. Een grote, nieuwe en zeer comfortabele berghut die wij veiligheidshalve gereserveerd hadden. Vergeet alles wat je weet van Oostenrijkse berghutten met hun gezellige stubbes of terrassen. Je waant je eerder in de refter van een kostschool en stipt om 7 uur mag je met een dienblad aanschuiven voor uw portie van de dagschotel, soep, voorgerecht, hoofdschotel en dessert. Alles in een keer, wel lekker, maar niet gezellig.
Dag 2. De pico Posets lonkt. Achter de hut klimmen we geleidelijk omhoog langs de barranco de Llardaneta. Door de Canal Fonda stijgen we door de sneeuw tussen de Diente de Llardaneta en de Tuca Alta en volgen de steenmannetjes naar een col van waaruit we een mooi zicht hebben op de ibon de Posets. Een steile klim over de bergkam brengt ons naar de Pico de Posets waar we op 3.375 m genieten van het zicht op de toppen van de drieduizenders van de Portillon regio en in het oosten het Maladete massief met onder andere de Aneto, 30 meter hoger dan de Posets en daarmee de hoogste top van de Pyreneeën. Genoeg toppen beklommen, in de terugweg maken we vanuit Espot en Taüll nog enkele verkenningstochten in het Parc Nacional d'Aigüestortes i Estancy de Saint Maurici. In dit gebied liggen meer dan 400 meertjes waarin de omliggende pieken zich spiegelen en het vraagt zeker om verdere exploraties bij een volgend bezoek.
De Pyreneeën hebben dan wel niet die hoge toppen zoals de Alpen maar zijn voor een bergvakantie zeker een aanrader, en vooral, de kansen dat je tochten door langdurige regen verpest worden zijn (vooral aan de Spaanse kant) veel kleiner.

Carl en Bernadette.

Copyright ©2002 KlimaxInfo@BVKB.be